In de negentiende eeuw was ze een geliefd model voor schilders: Pietje Verhoef uit Dongen. Pietje was een oude boerin, had een kromme rug en tandeloze mond en droeg eenvoudige, verstelde kleren. Ze was geen schoonheid in de klassieke zin van het woord, maar ze straalde puurheid uit en dat was precies wat schilders zochten in dit boerendorp. Twintig jaar was ze het favoriete model van onder anderen August Allebé, Max Liebermann, Petrus van der Velden, Albert Neuhuys, Jan Veth en Suze Robertson. Het liefst schilderden ze haar als ze bezig was. Ze lieten haar kousen stoppen, spinnen met een grote floddermuts op het hoofd, koffiebonen malen, hout sprokkelen of een karige aardappelgerecht eten. Omdat ze wat zonderling was, beeldden ze haar ook af als waarzegster of toverkol. De heks van Dongen werd ze genoemd. De naam Pietje Verhoef was een verbastering van de schilders van Petronilla Verhoeven. Ze werd ook wel Pieternella genoemd.