‘Het oudste schilderijtje hier ten tentoonstelling is: Meisje, toiletmakend (eigendom Wisselingh en Co.) uit ’85. Het stelt voor een meisje zittend op een stoel, met de bloote beenen over elkander, zoodanig dat de eene voet ligt op de knie van het andere been. Het haar van het kind is blond. Ge moogt hierin vinden nog zekere schoolscheid in den bouw van het werk, er mag nog geen uitbundigheid zich uit los maken, die lateren werken eigen is, toch dunkt mij dit dingske geenszins een der onbelangrijkste der tentoonstelling – integendeel.
Het is wel opmerkelijk, dat behalve het naaktfiguurtje in een fijn blonden toon gehouden, een proeve van zoeken naar blondheid en fijnheid, dat, meen ik, al van het eerste jaar onafhankelijk werken na de Amsterdamsche Academie dateert, en waarin academische invloeden nog zichtbaar zijn, de zeer persoonlijk zware en rijke kleurtoon al dadelijk er was, en dat de schilderes die vasthield tot nu toe.
Hermine Marius over haar eerste werk uit Den Haag schreef:
‘een gedetailleerde, eenvoudige geschilderde studie van een kind, om den tors geschilderd in een grijsblanke en fijn rose en groene tint; eene poging om te ontkomen aan het grover gehouwen van academisch naaktschilderen en dat ondanks enkele verfijnde qualiteiten, toch den stempel der academie kreeg.’
