Eene breedheid, die in ruwheid ontaardt, wordt door mej. Robertson beoefend. Krachtig van effect en vol uitnemend reliëf is hare Johanna met krijt geteekend, doch bestaat het zieke kind niet alleen in hare verbeelding? De oningewijde ziet niets dan een stuk papier met zwarte en witte vlekken dat regelrecht uit den schoorsteen schijnt te zijn gevallen’.
De afdeeling houtskoolteekeningen telt zeer schoone exemplaren; bovenaan mag genoemd worden het werk van Suze Robertson, die haar schitterendste, stoutste effecten zoekt en, verwonderlijk genoeg, dikwerf vindt tegen de zwartste achtergronden. Maar niet altijd. Haar "zieke kind” is eenvoudig een raadsel, want eene menschelijke gedaante in dat zwarte mengelmoes zal niemand herkennen. Haar"Johanna”, eene zittende vrouw met naakt bovenlijf, is daarentegen eene buitengewone teekening om het relief en de juist aangebrachte vette krijtstrepen zoowel op het naakt als in het geplooide kleed rondom de beenen. Bijzonder fraai is hier de tegenstelling van zwart tegen wit, en de toetsen zijn in deze teekening overal juist aangebracht, met een hooggestemd gevoel voor kleur en harmonie. Ook de overige houtskoolstudies, hoewel te zwart, zijn zoo flink en forsch gedaan dat men reeds daarom aan dit geheel zelfstandige talent hulde moet brengen.
Een schets van mej. Robertson, “Zieke kind" getiteld, is buitengewoon onduidelijk — men maakt allerlei veronderstellingen omtrent den aard van de ziekte en komt wellicht tot de slotsom, dat men hier te doen heeft met een aanval van zwarte pest. De overige teekeningen van dezelfde kunstenares zagen wij met veel meer genoegen’.
