‘Mevr S. Bisschop—Robertson zond 2 schilderijen in, waarvan Lena-naaktfiguur (41) mij beter schijnt dan 't avondlandschap, de oude molen (42), dit ruikt te veel naar 't atelier. Van een bijna norsche kracht in de diepe zware vleeschkleur, in de stevige, pootige verflegging en grootgehouden teekening is dit naaktfiguur vaneen pittige karaktervolle echtheid en durf.
Krachtig, sterk tegenovergesteld, maar meesterlijk eveneens, is dat andere naaktfiguur dat in dezelfde zaal hangt, op enkele passen van het schilderij van Jozef Israëls: „Lena”, van mevr. Suze Bisschop-Robertson. Dit is nu eens een werk van mevr. Bisschop, waar ik mijn onbeperkte bewondering voor kan geven. En dit doet mij des te meer plezier, omdat ik, onbevangen, maar ook onbevooroordeeld, zoo menigmaal mij niet heb kunnen vereenigen met de opvattingen van deze ongetwijfeld: zéér talentvolle schilderes. Hoe dikwijls verwaarloost zij, koloriste die zij is bij uitnemendheid, de lijn ten koste van de kleur! En toch vind ik dat men in een schilderij niet moet behoeven te zoeken naar wat het voorstelt. Nu zegt men wel: mevr. Bisschop is het in de eerste en voornaamste plaats om de kleur te doen; kleur is bij haar: hoofdzaak, en daarin zoekt zij haar kracht. Maar bij het beoordeelen van een schilderij heeft men met die opvatting niets te maken en heeft men het kunstwerk als zoodanig te nemen. En dan komt de lijn even goed in aanmerking als de kleur. Waar dus een van beide verwaarloosd is, kan ik laat nu alle andere eischen, als stofuitdrukking, atmosfeer, perspektief enz. buiten beschouwing — het werk niet anders zijn dan inkompleet. De laatste tijd schijnt mevr. Bisschop meer en meer terug te komen van het totaal negeeren van de lijn, de teekening. Reeds heb ik eenige malen met waardeering over het werk der artieste kunnen schrijven (onlangs b.v. over haar schilderij en haar aquarel „In het atelier” en een Stilleven). De beide op de Vierjaarlijksche tentoongestelde schilderijen zijn, voor mij, het hoogste wat deze schilderes bereikt heeft, en daarom heb ik niet geaarzeld de kunstenares, die mijn gevoelens omtrent haar werk kent, te verzoeken, deze maal een van haar schilderijen, en in het bizonder: „Lena”,bij mijn kritiek te mogen reproduceeren. Het hoogste dat deze schilderes bereikt heeft? — Misschien het hoogste dat te bereiken is! Een kleinigheid zou zijn aan te merken: namelijk dat de opgeheven linkerarm in het verkort niet volkomen juist weergegeven lijkt. Maar dit kan optisch bedrog zijn, en dus wil ik hierop niet insisteeren. Maar overigens is het schilderij zóó uitnemend, zoo juist, zoo waar, — zoo schitterend van kleur, zoo buitengewoon in het uitdrukken der materie, dat er geen kwestie van is of het is een der belangrijkste werken ter tentoonstelling aanwezig. De lichtbreking op de breede verfstreken van den achtergrond geeft aan het water iets paarlmoerachtigs, iets levends, bewegends. En de rust der figuur, die prachtig van lijn is, komt daardoor des te sterker uit. '